Niet-zetmeelrijke groenten zijn laag in koolhydraten. Voorbeelden van niet-zetmeelrijke groenten zijn:
Één portie niet-zetmeelrijke groenten is bijvoorbeeld:
Je kunt zoveel niet-zetmeelrijke groenten eten als je wilt, maar zorg ervoor dat minstens de helft van je bord ermee gevuld is.
Vul een vierde van je bord met granen, zetmeelhoudende groenten of bonen en linzen.
Kies volle granen, zoals bruine rijst of quinoa, die rijk zijn aan vitaminen, mineralen en vezels. Voorbeelden van koolhydraatrijke voedingsmiddelen:
Bruine rijst
Havermout
Aardappelen
Quinoa
Melk/yoghurt
Fruit
Peulvruchten
Peulvruchten zoals bonen en linzen bevatten zowel zetmeel als eiwitten en een flinke hoeveelheid vezels.
Vul een vierde van je bord met magere eiwitrijke voedingsmiddelen
Eiwitrijke voedingsmiddelen, vooral die van dierlijke oorsprong, bevatten vaak verzadigd vet, wat het risico op hart- en vaatziekten kan verhogen, terwijl magere eiwitten lager zijn in verzadigd vet en gezonder zijn. Vette vis zoals zalm, makreel en sardines zijn rijk aan gezonde vetten.
Voorbeelden van voedingsmiddelen die rijk zijn aan eiwitten of “eiwitrijke voedingsmiddelen” zijn:
Vis
Kip
Mager rundvlees
Sojaproducten
Kaas
Eieren
Peulvruchten
Houd er wel rekening mee dat sommige plantaardige eiwitrijke voedingsmiddelen (zoals peulvruchten, noten en zaden) ook hoog zijn in koolhydraten.